Van de week ben ik er achter gekomen dat mijn wederhelft toch een lichte voorkeur heeft voor een van onze drie Noren.
Zelf roep ik altijd: “Ze zijn me allemaal even lief”.
"Ja, dat moet ook zegt" hij dan beamend.
Toen Ayla last had van een haarbal nam ik haar mee naar boven.
Ze heeft ons die nacht ieder wel een keer of vier wakker gemaakt om kopjes te geven en te knuffelen.
Dat is gezellig natuurlijk maar de broodnodige nachtrust schiet er zo wel bij in.
Voor de lol stelde ik voor om Ayla nog maar een nachtje mee naar boven te nemen en meende te weten dat er een “nee” op zou volgen.
Maar wat schets mijn verbazing???????
Het was een volmondig “ja”! Toen volgde dit gesprekje:
Lianne: “En Ingus dan? Die mag niet altijd mee om dat hij ons zo vroeg wakker maakt”.
Gerard: “Ja maar Ayla is zo lief”.
Lianne: “Ingus is toch ook een superkater”?
Gerard: “Ja maar Ayla is zó lief”.
Lianne: “Ik dacht dat jij geen voorkeur had”?
Gerard: “Hmm”.
Lianne: “volgens mij heb ik je betrapt”.
Gerard: “Hmm”.
Lianne: “ik wist al wel dat je een zwak hebt voor blauwe katten maar dacht toch echt dat je ze alle drie even lief vond. Je hebt het goed weten te verbergen dan".
Gerard: “Ze zijn ook allemaal heel lief maar Ayla is speciaal”.
Wat kan ik daar nu nog tegen in brengen?
Laatste reacties